Fijn, tijd voor postelein!

In deze serie groenteverhalen deelt Norbert Mergen (MergenMetz) zijn brede kennis over bekende en minder bekende groenten. Groenten vormen de kern van de Dutch Cuisine-keuken. Hoe meer kennis, hoe meer diepgang, hoe meer smaak. Deze maand heeft Norbert zomerpostelein op het menu staan. Een heel andere groente dan de veel bekendere winterpostelein. 

Tegenwoordig denk je bij postelein aan die plant die we winterpostelein noemen – een exoot die in de achttiende eeuw, als voedsel voor de armen, Europa bereikte. Winterpostelein is niet eens familie van de echte postelein, die we van de weeromstuit zomerpostelein noemen. 

In mijn jonge jaren kwam ik in de keuken, waar mijn opa in een pannetje stond te roeren. Ik zag een groene massa en vroeg hem wat dat was. “Dat is postelein, jongen. En dat is lekker,” zei hij.

De echte postelein is een groente die niet vaak meer gegeten wordt. Vroeger in heel Europa, maar nu nog eigenlijk alleen in Nederland (als de groenteboer het aanbiedt) en de landen rond de Middellandse Zee. En dat terwijl het zeer gezond is. 

Het is een archeofyt, dus een gewas dat al sinds de oudheid voorkomt. De winterpostelein is een neofyt, een nieuwe groente die na 1492 uit de Nieuwe Wereld kwam. Postelein is een vetplant en wordt niet alleen geteeld, het is in het zuiden van Europa (ook) ook een wilde plant, want het zaad verspreidt zich makkelijk en snel.

De herkomst is vermoedelijk rond het grensgebied van India en Pakistan, hoewel sommigen het op Noord-Afrika houden. Het wordt al in de achtste eeuw voor Christus, in Babylonische geschriften, genoemd. En er zijn in Griekenland zaden gevonden in een oude vaas: dan hebben we het over 1000 voor Christus. Kortom, postelein wordt al heel lang door de mens geteeld en is vermoedelijk door de Romeinen naar onze streken meegenomen. De Arabieren vonden postelein zo geweldig, dat ze het ‘de gezegende groente’ noemden. Het is dan ook heel gezond en heilzaam. Ook voor je relatie, want in oude kruidenboeken lezen we dat het de lust tot bijslaap, zoals vreemdgaan vroeger heette, ontneemt. Uit recent onderzoek blijkt dat het van alle bladgroenten het hoogste gehalte aan omega-3 vetzuren heeft. En men wijst mogelijk op een toepassing bij diabetes type 2. Het bevat ook veel vitamine C.  Er zit ook redelijk wat nicotinamide in postelein (ook in Red Bull, overigens), dat helpt tegen huidziekten, zoals eczeem, verbranding en insectenbeten. En het heeft een leverbeschermende werking, tenminste op de lever van ratten, waarop het is getest. 

Inmiddels komt postelein over vrijwel de hele wereld voor. Het is een bladgroente die zeker in de zomer weer in menig restaurant op het menu zou mogen staan. Blad, knoppen en stelen zijn allemaal eetbaar. Het heeft een lichtzure (oxaal- en appelzuur) en ietwat zoutige smaak. ’s Morgens vroeg geoogst is postelein het meest zuur. Verwerk het rauw – het lekkerst -, geroerbakt of gekookt als spinazie. Het kan dan redelijk slijmerig worden en is daarom ook uitstekend voor soepen en stoofpotten (als vervanger van okra).

Sluit je aan bij de revolutie

Dutch Cuisine is geen trend. Het is een statement. Koken met respect. Serveren met impact. Geen loze beloftes, wél echte verandering. Jij aan zet.

Lees meer

ander leesvoer